DE MIDDELEEUWEN OLDAMBT

Adviezen en cultuur.

Deze maand aandacht voor de Carole, een bijzondere reidans

Er zijn tijdens de Middeleeuwen een aantal dansen tot ontwikkeling gekomen, waarvan in onze Moderne Tijd nog een reconstructie is te maken. De Carole is er één van. Nadat de hoofse literatuur en zang tot ontwikkeling waren gekomen vanaf omstreeks 1100 ontstond ook aandacht voor de dans. De opvoeding van de edelen werd uitgebreid met culturele aspecten, waarbij niet alleen literatuur, zang en goed gedrag van belang waren, maar ook de dans, waarin dat goede gedrag kon worden geuit. Omstreeks 1200 verschijnen de eerste manuscripten, waarin aandacht wordt gegeven aan de dans. Het betreft dan beschrijvingen van zingende hofdames, die een reidans uitvoeren. Er ontstonden ook eenvoudige beschrijvingen van mensen die dansen rondom een boom, een fontein of anderszins een rondedans doen tijdens vieringen. En men danste dat van hoog tot laag. Gaandeweg ontstonden er illustraties van deze dans in manuscripten, waarin miniaturen verschenen met beeltenissen van dansende mensen. Veel miniaturen met beeltenissen van een Carole dansende mensen zijn echter niet overgeleverd.

Een reidans is een zogenoemde Terpsichore. Terpsichore of Zij die graag danst was de Griekse Muze die zich had verbonden met de dans en de poëzie. De reidans werd gewoonlijk uitgevoerd als een rondedans. Als er gedanst werd in een rij dan was er sprake van een eenvoudige rijdans. De Carole was duidelijk een rondedans en populair tijdens een groot deel van de Middeleeuwen. Men kende
verschillende soorten reidansen, waarbij men bepaalde passen deed met bewegingen naar links en rechts en naar het midden toe en terug. Ook draaide men om de eigen as. Het hing af van het gezelschap wat de samenstelling was en hoe groot de cirkel kon zijn. Men klapte afwisselend en zong, waarbij de aandacht gericht bleef op het midden van de cirkel. Een ander rechtstreeks aanzien was ongepast, maar of iedereen zich daaraan hield is de vraag. Men danste de Carole waarschijnlijk in een 6/8ste maat. Dat is niet het makkelijkste ritme. De Carole was een ingetogen dans.

De liederen die werden gezongen tijdens de dans waren afgestemd op de viering. Men zong een virelai, een rondeel of een ballade. Wij denken dat er ook werd voorgezongen en dat het gezelschap de gezongen regels nazong. Bepaalde refreinen werden waarschijnlijk door iedereen gezongen en bepaalde herhalingen hebben een welhaast magisch effect. De Carole werd ook gaandeweg begeleid met instrumentale muziek, gespeeld door muzikanten. In eerste instantie was dat nog als korte afwisseling van de eigen zang. Later kreeg instrumentale muziek een belangrijkere plaats bij de dans en daaruit kwamen andere soorten dans voort.