DE MIDDELEEUWEN OLDAMBT

DE ZEVEN TUINEN

Het middeleeuwse levensritme was boven alles sterk verbonden met het verloop van de natuur en met het verloop van de seizoenen. Wij zullen dat ritme niet kunnen evenaren, maar de Middeleeuwen kunnen wij wel dichterbij brengen, ook voor u. Daarom ontwikkelen wij zeven middeleeuwse tuinen, naast de lezingen en maaltijden.

We hebben al het een en ander tot stand kunnen brengen. Het is de bedoeling dat de tuinen kunnen worden afgerond in de aankomende jaren. Wanneer dat precies zal zijn is op dit moment nog niet bekend, want dat zegt de tijd. Om met de middeleeuwse mens te spreken: moge Vrouwe Fortuna ons voorspoed geven, moge Mercurius ons kracht geven om alles tot stand te brengen, moge St. Christophorus ons elke dag begeleiden en bovenal, moge de Zon schijnen op al de bloemen, bomen, groenten en het fruit en moge Moeder Aarde de groeikracht geven. Zij doen samen de goede gaven van de natuur ontstaan.

Achtereenvolgens treft u beschrijvingen aan van: de Gruyne Vergier, het Crude Hof, de Druvestoc, het Cloosterpant, het Boomgardekin, de Arabijn en de Cleine Hortus:


De Gruyne Vergier

De Gruyne Vergier is de moestuin, waar alle (oude) groenten en het kleine fruit tot ontwikkeling komen. Men kende onder andere bloemkool, tamme cichorei (de gekweekte vorm is witlof), rapen, spruitkool, groene kool, rode kool, spinazie, andijvie, wilde asperges, meloenen, kalebassen, allerlei bonensoorten, pastinaak, kardoen en kleine majer naast vele andere groenten ..... én veel fruit. De pommerans moest echter worden ingevoerd.


Het Crude Hof

Het Crude Hof is de daarbij behorende kruidentuin, waar de bekende en ook onbekende welriekende (keuken)kruiden tot wasdom komen, maar waar ook medicinale kruiden zullen groeien, verfplanten, magische kruiden en planten voor de persoonlijke verzorging.

Zowel de kruidentuin als de moestuin worden ontwikkeld op basis van middeleeuwse manuscripten, waarin groenten en kruiden zijn beschreven vanuit de middeleeuwse gezondheids- en voedingsleer. Voeding was in de Middeleeuwen
belangrijk. Verschillend voedsel met verschillende eigenschappen werd ingezet om onevenwichtigheden in het menselijk lichaam te herstellen. En bij de voeding werd ook rekening gehouden met de verschillende seizoenen en vastenperioden.


De Druvestoc

De Druvestoc is de druivengaard. In de Middeleeuwen kende men over het algemeen niet de grootschalige en zeer omvangrijke druiventeelt, zoals wij die kennen. De meeste hofsteden, stadskastelen en boerenhoeven hadden een druivengaard. Het was kleinschaliger dan tegenwoordig. Soms was een druiventuin echter groter van omvang. Dat kon je dan aantreffen op sommige koninklijke, grafelijke of hertogelijke domeinen, waar soms veel druiven werden geteeld. Dat gebeurde niet in de ons bekende rijen, maar los in het veld. In een kleinere druivengaard werden druivenplanten individueel geteeld en bereikten een grote omvang. Ze groeiden langs houten constructies. Een belangrijke bijkomstigheid, deze teeltwijze gaf schaduw. Dat werd tijdens het klimaatoptimum van de Middeleeuwen gewaardeerd.


Het Cloosterpant

Het Cloosterpant is het centrum van al de tuinen. Het is een groene kloostergaanderij, die al de daarmee verbonden tuinen verbindt. Hiermee wordt symbolisch de belangrijke functie verwoord die kloosters hebben vervuld in de ontwikkeling in West Europa van verschillende tuinen, voedingsgewoonten en wetenschappen.


Het Boomgardekin

Het Boomgardekin is de boomgaard. Hier groeien bij voorkeur zoveel als mogelijk verschillende bomen met verschillend fruit én er zijn veel bloemen om de bomen heen en aan de randen van de boomgaard. Er waren vele bijenkorven te vinden. De bijen waren goed voor de bestuiving en voor de productie van honing en was. In de Vroege Middeleeuwen stonden er symbolisch dertien fruitbomen in een kloosterboomgaard, als teken van de twaalf apostelen die werden voorgegaan door Jezus. Tijdens de Hoge Middeleeuwen werden de boomgaarden langzaam groter. De productie van veel fruit werd belangrijker, ook bij hofsteden, stadskastelen en boerenhoeven.


De Arabijn

De Arabijn is de Arabische hemelse tuin. Deze bloemrijke verkoelende tuin kende naast vele soorten bloemen ook vele welriekende kruiden, citrusbomen, dadelpalmen en vijgenbomen. Er was een eeuwige waterbron, een waterloop en als het mogelijk was ook een fontein. Via de kruistochten vanaf omstreeks 1100 maakte West Europa kennis met de Arabische levenskunst en cultuur. De Arabische samenleving was cultureel, wetenschappelijk en economisch verder ontwikkeld dan de West Europese samenleving. De kruisvaarders en het voetvolk namen de hoogontwikkelde Arabische cultuur mee terug naar West Europa. Men ontwikkelde hier een nieuwe levensstijl met veel wooncomfort, verfijnde kleding en een nieuw voedingspatroon met veel specerijen. De indruk, die men kreeg van de Arabische hemelse tuin, gaf een geheel nieuwe wending aan de tuinbeleving in West Europa. De diversiteit in planten nam toe en de Arabische tuin werd een voorbeeldtuin met vele ontwikkelingen op tuingebied in West Europa tot gevolg.


De Cleine Hortus

De Cleine Hortus is de Hortus Conclusus of besloten hemelse tuin. Men was in West Europa bekend met de hemelse tuin, met name vanuit andere en oudere bronnen, dan vanuit de Arabische wereld. Men legde in zekere zin deze kleinere tuinen al aan bij kloosters en abdijen, maar het contact met de Arabische cultuur vanaf omstreeks 1100 gaf de besloten hemelse tuin een extra dimensie. De Hortus Conclusus werd vanaf dat moment op grotere schaal en kleurrijker aangelegd, ook bij edele hofsteden en stadskastelen, met een toenemende plantendiversiteit. Deze tuin werd een tuin vol symboliek. Elke bloem in deze tuin had een betekenis. En deze betekenis werd extra benadrukt door de bloemen individueel te laten groeien in een bloemperk. Er stond altijd een fruitboom in deze besloten tuin voor de lentebloesems. De fruitboom stond aan de rand van een grasveld, dat vol stond met kleine bloemen. Hier bevond zich ook de zodenbank voor rust, verpozing en overdenkingen. De eeuwige waterbron ontbrak ook hier niet.