DE MIDDELEEUWEN OLDAMBT

Recept voor een gerecht of anderszins

Kersetaerte

We beginnen deze maand met een heerlijk kersentaartje. De maand juni is de kersenmaand in de Lage Landen. Afhankelijk van de weersomstandigheden worden ze in deze maand al vroeg rijp of in de loop van de weken erna. In ieder geval zijn kersen goed te verwerken in taartjes en dat wist men in de Middeleeuwen ook. En terwijl je geniet van de smaak van deze traktatie is het fijn om mooie muziekklanken te horen en weg te mijmeren in de eigen innerlijke wereld.

In deze Zomermaand nadert de zomer met rasse schreden. Volgens de middeleeuwse gezondheids- en voedingsleer had de zomer droge en warme eigenschappen. Het element vuur was ermee verbonden, de cholericus als één van de vier type mensen én de jeugd of de stercheyt, zoals Jacob van Maerlant dat noemde, de zeer productieve schrijver uit de Lage Landen van omstreeks 1250. Volgens de voedingsleer diende men de eigenschappen van de zomer te temperen met wat koude en vocht. Hieraan voldoet het kersentaartje volledig, vermits u het na het bakken eerst laat afkoelen! En de kersen zijn van nature vochtig. Dat is
onder zomerse omstandigheden wel nodig én met dit taartje ook smakelijk.

Een kersentaartje is een verrassend lekkere zoete heerlijkheid. De verrassing zit met name in de gebruikte specerijen. Wij gebruiken bladerdeeg ofte het meest feine deegh dat gi heefts. Bladerdeeg werd door de Arabieren al omstreeks 800 ontwikkeld, of zoveel eerder door de Perzen. De cultuur van het Perzische rijk werd door de Arabieren overgenomen, inclusief de hoogstaande Perzische keuken. De Arabieren brachten hun eigen accenten aan en verfijningen. De specerijen en andere invloeden van de Arabische keuken kwamen vervolgens terecht in West Europa vanaf de Hoge Middeleeuwen.


Kersetaerte

voor een grote ovenplaat of ongeveer 30 taartjes

- ongeveer 400 gram kersen zonder de pit

- een pakje roombladerdeeg

- marsepein naar believen

- een beetje bloem

- rietsuiker naar believen

- ongeveer een kleine theelepel kaneel

- ongeveer een kleine theelepel gember

- ongeveer een halve kleine theelepel zwarte peper

- het eiwit van vier eieren


Bereiding

Het fruit in een kom mengen met wat meel om te helpen binden tijdens het verhitten. Het even geklopte maar niet schuimende wit van de vier eieren kan erbij en goed mengen. Vervolgens doet u de specerijen erbij, samen met wat suiker als u dat wenst. Let bij alles op uw eigen smaakstelling.

Dan neemt u een grote bakplaat met opstaande rand. U vet deze een beetje in en verdeelt daarop het ontdooide bladerdeeg waarmee u een deeglaag maakt. Het marsepein heeft u inmiddels uitgerold. De hoeveelheid is aan u om te bepalen. Het is de bedoeling dat het marsepein bovenop het bladerdeeg komt te liggen en alles afsluit.

Vervolgens giet u de inhoud van de kom met het fruitmengsel uit over het marsepein. Er ontstaat een laag die u goed verdeelt. U kunt er amandelschaafsel overheen strooien. U bakt een en ander gedurende 20 minuten in een voorverwarmde oven van ongeveer 200°. Na het bakken de taart laten afkoelen en deze vervolgens in ongeveer 30 vierkante taartjes snijden of naar believen.


vore ene maeltijt met smakelijcheit!