DE MIDDELEEUWEN OLDAMBT

Recept voor een gerecht of anderszins

liever essenhout dan berkenhout

Dit seizoen geen recept voor een middeleeuws gerecht, maar informatie over het (haard)vuur en brandhout. Daarmee hield men zich niet alleen warm tijdens de wintermaanden. Het grote vuur brandde in de keuken ook, om te kunnen koken. Met verschillende kookpotten, ketels en gerei werd niet alleen gekookt, maar ook gebakken als men geen aparte oven had. Vanaf omstreeks 1350 begon zich de vuurplaats te ontwikkelen. Dat was een op hout gestookt stenen fornuis met onderin een opening voor de brandstof. De vuurplaats werd veelal naast de vuurhaard gemetseld en had vier openingen aan de bovenzijde waarop ronde ijzeren platen lagen, die verwijderd konden worden of juist konden worden neergelegd als men aan het koken was. Daarbovenop werden de potten en pannen neergezet. Er werden ook roosters gebruikt. Het was een belangrijke praktische vooruitgang, maar vroeg wel behendigheid bij het regelen van het vuur.

Hoe kwam men aan brandstof voor het open haardvuur in de keuken, voor in de vuurplaats en oven of voor haardvuren elders in huis? Hout was de belangrijkste brandstof voor een vuur, maar men kon ook houtskool, kolen of turf gebruiken. De brandstof kon worden gekocht op de kolenmarkten in de steden. Houtskool was duur door de bewerking ervan en kolen waren ook kostbaar, omdat deze alleen gedolven werden in dagbouw en schaars waren. Maar houtskool en kolen gaven een vrij constante temperatuur en die had men graag in huis, als men de financiële middelen had. Turf was goedkoper maar was allerminst geliefd, omdat het verbranden ervan een scherpe rookontwikkeling gaf. Brandhout was en bleef de belangrijkste garantie voor een goed vuur in de haard, waardoor gekookt kon worden en het huis warm kon worden gehouden.

We staan in onze Moderne Tijd bijkans of helemaal niet erbij stil dat verschillende soorten hout ook verschillende brandeigenschappen hebben. In de Middeleeuwen was men daarvan goed op de hoogte. Niet iedereen kon zich het beste hout veroorloven, maar men had het wel graag. Essenhout spande de kroon. Het was het beste brandhout voor de warmtebron in huis. Men was niet te spreken over berkenhout, hulsthout, sparrenhout, populierenhout, larikshout en iepenhout. Deze houtsoorten brandden te snel, gaven geen warmte, gaven vonken of gaven een scherpe rookontwikkeling. Daarentegen werd naast essenhout ook het hout van de eik gewaardeerd en
vond men het hout goed van de taxus, de kastanje en de haagdoorn. Beukenhout werd graag tijdens het kerstfeest gebrand in verband met de heldere vlammen. Appelhout en perenhout gaven een heerlijke geur in huis.


vore ene maeltijt met smakelijcheit!