DE MIDDELEEUWEN OLDAMBT

Liederen, gedichten en verhalen

rustend graan

Armorica noemden de Kelten Bretagne. Ar mor betekent de zee. Omstreeks 500 voor het begin van onze jaartelling bevond zich in Bretagne al een belangrijk Keltisch religieus centrum. Omstreeks 550 kwamen veel Keltische Britten naar Armorica en noemde het Klein Brittannië of Bretagne. De komst van deze nieuwe Kelten uit Wales en Cornwall verliep rustig en duurde ongeveer 200 jaar. Bij deze nieuwe Kelten waren ook christelijke monniken die het christendom invoerden, zei het met sterke Keltische invloeden.

Tijdens de Vroege Middeleeuwen bestond Bretagne als een sterk en onafhankelijk koninkrijk naast de heerschappij van de Frankische koningen en keizers. Omstreeks 850 begon voor het koninkrijk een bloeiperiode. Tijdens de hoogtijdagen was er sprake van een grote culturele ontwikkeling, waaraan de benedictijnenkloosters een belangrijke bijdrage leverden als intellectuele centra, waar ook prachtige geïllumineerde manuscripten het levenslicht zagen. Er waren in Bretagne belangwekkende relieken.

De grote rijkdom van het hof, in de steden, de kerken en kloosters bleef niet onopgemerkt. Bretagne kreeg dan ook zwaar te lijden van de invallende Noormannen waarbij steden, kloosters en abdijen werden geplunderd. Er brak chaos uit en veel inwoners, waaronder ook hele kloostergemeenschappen, raakten op de vlucht. Maar aan deze chaos kwam tijdens de Hoge Middeleeuwen een einde. De orde in West Europa kon worden hersteld door onder andere de bijzondere Godsvrede.
Maar ook een sterke weersverbetering op het Noordelijk Halfrond maakte het leven milder en aangenamer. Inmiddels was Bretagne een graafschap geworden en kon langere tijd een redelijk onafhankelijke koers varen. Vervolgens werd Bretagne in 1297 een hertogdom als een leengoed van de Franse koning.

Aangenomen wordt dat de mensen in Bretagne tijdens de Hoge en Late Middeleeuwen over het algemeen vrediger leefden dan elders in het koningrijk Frankrijk. Men kende in het westen van Bretagne een bijzonder leenbezit waarbij elk landgoed twee eigenaren had. De ene eigenaar had het land en de andere had de gebouwen en de oogst. Beide hadden het recht om uitgekocht te worden door de betaling van de waarde van de gebouwen en de oogst of de waarde van de grond. De kleine steden in Bretagne waren meestal versterkt en vele daarvan hadden verbindingen met de zee via de vele inhammen aan de kust. Men kende een levendige linnenhandel. Tijdens de Late Middeleeuwen ontwikkelde Bretagne zich tot een sterk religieus gebied. Het kende dan ook een toenemend aantal kerkelijke parochies.

Tijdens de 15e eeuw ontwikkelde Bretagne zich tot een staat van formaat. Het kon zich redelijk afzijdig houden van de 100jarige oorlog, men zag de pest grotendeel aan zich voorbij gaan en de cultuur bloeide wederom op. De vorsten beschermden de kunsten en de oude Bretonse cultuur kreeg veel aandacht. De handel in zout en linnen floreerde. De edelen breidden hun burchten en hofsteden uit tot grote residenties. Maar het verval trad in en de Franse koning kon zijn macht uitbreiden. Bretagne was het laatste echt onafhankelijke leengoed en dat moest worden onderworpen. Dat gebeurde in 1488. In de tijd erna huwden enkele hertoginnen van Bretagne met Franse koningen. In 1532 werden beide staten officieel verenigd. Maar bijzonder was dat daarbij alle bestaande rechten, privileges en vrijheden werden gerespecteerd. De onafhankelijke volksaard van de inwoners van Bretagne met sterke Keltische invloeden is nooit verdwenen.

Onderstaand leest u een eeuwenoud gedicht dat afkomstig is uit Bretagne. In dat gedicht leest u in zachte bewoordingen een diep respect voor de Aarde. Er is duidelijk een Keltische gevoelsbeleving te lezen uit lang vervlogen tijden. De schrijver van het gedicht is onbekend.


Als Vader Winter komt,
Zing voor de Aarde;
Bedekt hij zijn gezegend graan,
Zing voor de Aarde
.

Slaap rustig, Jan de Tarwe,
Tot de Winter de Lente ontmoet;
Zing voor de Aarde,
De Moeder van het brood
en de Moeder van de vruchtbaarheid
.