DE MIDDELEEUWEN OLDAMBT

Dagelijks leven

over holistische gezondheid

Paracelsus of Philippus Aureolus Theophrastus Bombastus von Hohenheim leefde omstreeks 1520 en was een vermaard geneesheer en theoloog. Hij hield zich veel bezig met astrologie en alchemie. Hij was echter niet onomstreden. Vanuit zijn aandacht voor de alchemie was Paracelsus sterk gericht op scheikunde en ontwikkelde een eigen op de alchemie gebaseerde medische leer, de iatrochemie. Daarmee bereidde hij een weg voor de ontwikkeling van chemische geneesmiddelen en therapieën op basis van chemische samenstellingen. Het woord iatrochemie is afgeleid van het Griekse woord iatrós of arts en chemeia of de kunst van het gieten (van metaal).

Ondanks alle reserves en bedenkingen omtrent de scheikundige benadering van herstel van onevenwichtigheden in het menselijk lichaam, had zijn zienswijze omstreeks 1600 zich al een solide plaats in de stedelijke gezondheidszorg weten te verwerven. De iatrochemie werd inmiddels regelmatig toegepast naast de bestaande en eeuwenoude benaderingswijze van onevenwichtigheden in het menselijk lichaam. Maar ook Paracelsus was ervan overtuigd dat de mens in de pas diende te lopen met het evenwicht in de grote kosmos. De inzet van zijn chemische medicijnen was er dan ook op
gericht het lichamelijke evenwicht te herstellen, zodat het lichaam weer in harmonie met de kosmos functioneerde. Duidelijk is dan ook dat hij de kwaal niet volledig isoleerde van het menselijk lichaam. Hij had aldus nog een holistische benadering van de mens én stelde zich op het standpunt dat een geneesheer de patiënt in het middelpunt van de aandacht moest plaatsen en niet het eigen honorarium.

Maar duidelijk moge zijn dat Paracelsus met zijn alchemistische en aldus chemische benadering van een en ander, de weg heeft geopend naar een volledig chemisch ingestelde moderne medische wereld. In die moderne chemische wereld is inmiddels al langere tijd een ontwikkeling gaande naar een steeds beperktere benadering van een kwaal of onevenwichtigheid in het menselijk lichaam. Het is alsof men daarbij de medicijnen steeds specifieker tracht te maken om een probleem ook heel specifiek te kunnen aanpakken, als ware het medicijn een levenselixer dat alles oplost. Zo beschouwd is de farmaceutische industrie volledig gegrondvest in de alchemie. Ik zal u verder niet lastigvallen met mijn bedenkingen omtrent alle ontwikkelingen. Ik kan u wel zeggen dat het honorarium van Paracelsus in het niets verdwijnt in vergelijking met de bedragen die in de industrie omgaan.

Gelukkig verandert langzaam de hiervoor geschetste beperkte grondhouding van de moderne artsen en komt men schoorvoetend tot de conclusie, dat bepaalde processen in het menselijk lichaam toch wel heel veel wederzijdse (in)werkingen hebben en onderling sterker met elkaar zijn verbonden dan werd gedacht. Als de arts weer oog krijgt voor het grotere geheel binnen het systeem van het lichaam, kan deze arts de onevenwichtigheid ruimer beschouwen en blijken onverwachte oplossingen dichter bij te zijn dan gedacht. Een mens is en blijft een groter schepsel, dan alleen de enkele kwaal, die zich op enig moment voordoet in een bepaald gedeelte van het lichaam. En het zelfhelend vermogen van de mens is volgens mij groter dan wordt gedacht. Met dat zelfhelend vermogen is het evenwicht tussen de verschillende lichaamsstromen sterk verbonden. Dat zelfhelend vermogen van de mens kan een extra zetje worden gegeven, wanneer moderne medische inzichten worden gecombineerd met oude inzichten uit vervlogen tijden. En bij alles moge duidelijk zijn dat de kracht van de natuur zeer groot is en dat in die natuur ook vele oplossingen te vinden zijn voor hernieuwd lichamelijk evenwicht. In dat kader is het vermeldenswaardig dat vele moderne geneesmiddelen zijn gebaseerd op geneeskrachtige planten en kruiden en dat aantal neemt gestaag toe.

Bepaalde stoffen van planten en kruiden hebben in goede doseringen bepaalde gezonde uitwerkingen in het menselijk lichaam. Alkaloïden, die zich in planten bevinden, vervullen daarbij een belangrijke functie. Het woord alkaloïde is samengesteld uit al qualja (Ar.) of as van planten en oides (Gr.) of gelijkend. Ook bepaalde aminozuren spelen een rol. Alkaloïden zijn vaak gebonden aan organische zuren zoals melkzuur, appelzuur en azijnzuur. Door deze verbindingen ontstaan zouten en dat is een bijzonder chemisch proces. Wat de werkingen van deze stoffen zijn binnen een plant zelf is nog niet volledig
begrepen. Men neemt aan dat het stoffen zijn die vraat tegengaan. De meeste alkaloïden werken in op het zenuwstelsel van mens en dier. Deze stoffen komen niet alleen in planten voor, maar ook in bacteriën, schimmels en onder andere in padden en het muskushert. Het bestaan van deze stoffen bevestigd dat planten en kruiden daadwerkelijk helende krachten hebben. Als dan de op natuurlijke wijze vervaardigde medicijnen worden afgestemd op het menselijk lichaam, dan kunnen bepaalde onevenwichtigheden in dat lichaam worden hersteld, waarmee de verschillende lichaamsstromen en lichaamsfuncties op orde kunnen worden gebracht. Daarbij dient men de mens in zijn geheel te beschouwen en zich niet te beperken tot een klein onderdeeltje van het menselijk lichaam.

Of de kunstmatig gefabriceerde geneesmiddelen ook allemaal dezelfde goede werkingen hebben in het menselijk lichaam, als die van volledig natuurlijke middelen, is echter de vraag. Bepaalde medicijnen blijken op de langere duur allerlei invloeden te hebben op geheel andere processen in het menselijk lichaam, die niet waren voorzien. Het moge een duidelijk voorbeeld zijn van het feit dat de moderne wetenschappers de onderling verbonden lichaamsprocessen of lichaamsstromen niet of in onvoldoende mate hebben kunnen doorgronden. Een stofje wetenschappelijk nabootsen, als bijvoorbeeld een alkaloïde, is niet hetzelfde als de natuurlijke werkingen van deze alkaloïde in de plant nabootsen. De planten, waaruit deze bijzondere stoffen worden geïsoleerd, hebben er miljoenen jaren over gedaan om tot ontwikkeling te kunnen komen en te worden zoals ze zijn. Deze natuurlijke stoffen hebben elk een evenwichtige functie te vervullen binnen een harmonisch functionerend organisme. Daaruit een stofje isoleren en tot een medicijn verwerken, dat een geheel andere werking moet hebben in het menselijk lichaam, is heel risicovol. Het wordt namelijk als het ware uit een natuurlijke harmonische omgeving gehaald en in een andere omgeving toegepast. Daarbij richt men zich op dat ene kleine onderdeeltje van het complexe menselijk lichaam, waar het medicijn voor moet dienen. Men gaat daarbij volledig voorbij aan het feit, dat een bepaald onderdeeltje van het lichaam onder invloed staat van vele lichaamsprocessen, waarvan men de onderlinge werkingen niet helemaal begrijpt. Als men deze onderlinge werkingen niet helemaal begrijpt en ook de werkingen van alkaloïden in een plant nog niet helemaal heeft kunnen doorgronden, hoe wil men dan op een evenwichtige wijze daarmee omgaan bij de ontwikkeling van medicijnen?

Ik hou geen pleidooi voor het stoppen met de ontwikkeling van nieuwe medicijnen. Dat wens ik helemaal niet. De ontwikkeling daarvan dient gewoon verder te gaan. Maar het is goed als onderzoekende wetenschappers zich weer bewust worden van de complexiteit van de lichaamsfuncties en lichaamsstromen. Men mag terughoudender worden, zodat toekomstige dwalingen kunnen worden voorkomen of in ieder geval kunnen worden getemperd.

(De bovenstaande tekst is integraal afkomstig uit het boek gezondheid in de middeleeuwen. Dat boek wordt in een later stadium door ons uitgegeven.)