DE MIDDELEEUWEN OLDAMBT

Spreekwoorden en uitspraken

Wat een vedel en een harp te zeggen hebben

Onderstaand treft u enkele spreekwoorden aan waarin een muziekinstrument iets anders zegt dan alleen muziekklanken. Met deze spreekwoorden hebben wij aansluiting gezocht bij de maand juni als Muziekmaand. Het biedt ons ook de gelegenheid hieronder een overzicht te geven van muziekinstrumenten die men kende in de Middeleeuwen. Het overzicht is niet volledig en niet van alle instrumenten wordt een uiteenzetting gegeven in het geval wij die bekend achten.


BLAASINSTRUMENTEN

Blokfluit, dwarsfluit, herdersfluit, schalmei, panfluit, trompet, kromhoorn, doedelzak en portatief.

Een schalmei is een rietfluit met een heldere edoch harde klank en wordt daarom bij voorkeur buiten gebruikt. Uit een schalmei is de moderne fagot voortgekomen. Een portatief is een klein draagbaar pijporgeltje met toetsen en een blaasbalg.


SLAGINSTRUMENTEN

Trommels en lijsttrommels.

Een lijsttrommel is een tamboerijn en dat werd in de Middeleeuwen een beltrom genoemd.


SNAARINSTRUMENTEN

Naast de harp kende men ook de luit, de mandoline, citer, psalterion, monochord, klavechord, vedel, draailier en een saz.

De luit werd via het Arabische Kalifaat van Cordoba en de kruistochten in West Europa geïntroduceerd. Het instrument ontwikkelde zich vanuit de Arabische oed of ud. El ud werd via elud, lud en lute de ons bekende luit. Een luit ontwikkelde in tegenstelling tot een ud fretten. Dat zijn kleine langwerpige verhogingen op het muziekinstrument op een bepaalde afstand van elkaar, waardoor de snaar kan worden ingekort. Daardoor ontstaat een andere klank. Door het gebruik van fretten waren bepaalde Arabische klanken niet meer hoorbaar. Ook het aantal snaren nam toe.

Een mandoline was een voortzetting van de Moorse gitaar of de chitarra morisca. Het werd bespeeld met een plectrum.

Het psalterion of psalter lijkt op een harp en kan een harpgitaar worden genoemd. Ze waren meestal draagbaar.

Een monochord bestaat uit een langgerekte klankkast met één snaar. Het werd voornamelijk in de Oudheid gebruikt om het bestaan van de intervallen duidelijk te maken.

Het klavechord is ontstaan uit de monochord. Het zachte geluid van dit instrument lijkt op een luit. Het klavechord is niet te verwarren met het klavecimbel. Dat instrument kwam pas tot ontwikkeling na de Middeleeuwen en kent een harder geluid.

Een vedel is de voorloper van de viool. Er waren vele verschillende vedels met zes snaren. Ze werden bespeeld met een strijkstok. Het instrument is via het Verre en Midden Oosten in West Europa terechtgekomen.

De draailier is een mechanische vedel, waarbij de strijkstok is vervangen door een wiel. Dit instrument werd ontwikkeld omstreeks 850 in West Europa. Het staat ook bekend als een chifonie of een symphonia.

Een saz is een viersnarig instrument met lederen fretten. Het instrument kwam naar West Europa via het Kalifaat van Cordoba en via de kruistochten.


De spreekwoorden

- Adel zonder edele daden is als een vedel zonder snaren.

- Het heeft geen zin iemand een harp te geven, die een doedelzak gewend is.