DE MIDDELEEUWEN OLDAMBT

Spreekwoorden en uitspraken

vanzelfsprekende gastvrijheid

Dhuoda van Austrasië was van hoge adellijke afkomst en leefde omstreeks 820. Zij was gehuwd met Bernard van Septimanië, raadgever van keizer Lodewijk de Vrome. De opvolgende vorsten van Septimanië noemden zich vanaf 909 hertog van Aquitanië. Zij werden vanwege politieke verwikkelingen niet graag geassocieerd met Bernard van Septimanië. Willem IX van Aquitanië of Willem de Troubadour leefde omstreeks 1100 en stamt rechtstreeks af van Dhuoda van Austrasië en in haar kan wellicht de culturele bron worden gevonden, waaruit Willem IX van Aquitanië kon putten.

Dhuoda van Austrasië genoot een goede opleiding aan de paleisschool in Aken tijdens het bewind van keizer Karel de Grote. Zij schreef een belangwekkend en mooi manuscript, het Liber Manualis. Het is een handboek voor de opvoeding van een ideale christelijke edelman. Het boek was voor haar zoon, Willen van Septimanië. Zij geeft hem allerlei goede adviezen waarbij wordt gerefereerd aan bijbelse teksten, wetenschappers van die tijd en aan Klassieke teksten. Ook is in het manuscript eigen poëzie te lezen. Ze schrijft ook over de goede eigenschap van gastvrijheid:

De mens dient onvoorwaardelijk gastvrij te zijn voor pelgrims, weduwen, wezen, hulpeloze kinderen en armen. Een arme kan je niet alleen helpen met woorden. Voor echte hulp zijn daden nodig.